Het gaat niet goed met de honingbij. Niet alleen in Nederland, maar op tal van plaatsen van de wereld is dat reden tot zorg. Er zijn altijd volken die de winter niet doorkomen, normaal kon dat wel oplopen tot 10 procent van het totale aantal. De uitval loopt de laatste jaren echter op tot soms wel 30 procent en de oorzaken daarvan zijn niet bekend. Bijen spelen een belangrijke rol in natuurlijke en agrarische ecosystemen en leveren bovendien mooie producten zoals honing en bijenwas. Dat is samen voldoende reden om goed na te gaan wat de oorzaak is van de toegenomen uitval.
Wereldwijd vindt dit onderzoek plaats en ook Plant Research International, onderdeel van Wageningen UR draagt haar steentje bij. Bijen leven niet in geïsoleerde omstandigheden, maar vliegen rond in de vrije natuur. Ze komen dus met tal van omgevingsfactoren in aanraking. Het landschap verandert, de bloeigewassen veranderen en de diversiteit van voedsel voor de bij neemt af, de meteorologische omstandigheden veranderen, er zijn pesticiden in omloop, de genetische basis van de bij als soort is steeds smaller geworden en er zijn – deels nieuwe en veranderende – parasieten, virussen, schimmels, bacteriën, zoals recent de nieuwe parasiet Nosema ceranae, die het voortbestaan van de bij bedreigen. Al die veranderende omstandigheden staan niet op zich, maar ze beïnvloeden elkaar.
Zo heeft de introductie van de Varroamijt circa dertig jaar geleden, een parasiet die hele bijenvolken kan uitmoorden, een zeer grote invloed op de bijenhouderij. De varroamijt zuigt hemolymfe (‘bloed’) van de bijen, die daardoor verzwakken. Bovendien draagt de mijt andere ziekten, vooral virussen, over. De combinatie van varia en de virussen kan volken volledig doen instorten. Wageningen UR focust zich in haar onderzoek met name op de varroamijt, omdat uit de wetenschappelijke literatuur blijkt dat de ernst daarvan groot is en op dat vlak voor de bijenvolken de meeste winst is te behalen. Bovendien blijkt in de imkerij dat de varroamijt moeilijk onder controle is te krijgen. De EU financiert een groot project hierover met een bijdrage van de Nederlandse overheid, waarin Wageningen UR participeert. Daarnaast richt Wageningen UR zich op biodiversiteitonderzoek waarin natuurlijke vijanden plagen in de landbouw kunnen reguleren en zo het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen sterk kunnen reduceren.
In de uitzending van Zembla van 12 maart j.l. wordt ook door de Franse chemicus prof. Bonmatin gewezen op de complexiteit en de interactie tussen verschillende oorzaken. Desondanks spitst de uitzending zich toe op één factor: een gewasbeschermingsmiddel van een chemische firma. Het gaat hier om een middel dat in Europa is toegelaten na een meerjarig en zeer intensief onderzoek binnen de Europese Unie en volgens de strenge richtlijnen van de Europese Unie. Sommige onderzoekers stellen dat gewasbeschermingsmiddelen, waaronder imidacloprid behorend tot de neonicotinen, ten onrechte door de toelating heen zijn gekomen, en de belangrijkste factor zijn voor de bijensterfte. Uit de tot nu toe gepubliceerde wetenschappelijke studies die juist naar dit verband hebben gekeken blijkt dit verband niet.
Imidacloprid-residuen worden in sommige delen van Nederland aangetroffen in oppervlaktewater. De overschrijdingen van de normen worden soms in verband gebracht met de bijensterfte. Ook in een door ons wetenschappelijk begeleid afstudeervak van een student van een agrarische hogeschool met uit eerder onderzoek ter beschikking staande gegevens, konden wij zelf geen relatie tussen bijensterfte en de aanwezigheid van de neonicotine vaststellen.
Dit betekent uiteraard niet dat neonicotinen geen belangrijke rol in het totale complex van factoren kunnen spelen. Maar de Franse onderzoeker Bonmatin suggereerde in de uitzending een effect (zonder het overigens stellig te noemen), terwijl juist uit een groot Frans meta-onderzoek over de periode 2002 - 2005 geen correlatie kon worden gevonden. Het stopzetten van toepassing in Frankrijk is voorlopig, om eerst nog verder onderzoek te kunnen doen.
Wageningen UR is blij dat het ministerie van EL&I vorig jaar begonnen is met financiering van een driejarige studie waarin naast Wageningen ook het Nederlands Centrum voor Bijenonderzoek en de bijensector zijn betrokken om via monitoring en wetenschappelijke evaluatie van de gegevens in Nederland de belangrijkste factoren van de bijensterfte boven water te halen. De studie biedt hopelijk goede extra handvatten om de wintersterfte onder bijenvolken een halt toe te roepen.
Toelatingsonderzoek
Wageningen UR beschikt over gecertificeerde laboratoria die onafhankelijk toelatingsonderzoek uitvoeren naar neveneffecten van nieuwe gewasbeschermingsmiddelen op – onder meer – bijen. Regelmatig worden de onafhankelijkheid, de expertise en de faciliteiten getoetst. Met nauwkeurig in wettelijk protocollen, vastgelegde methodieken wordt onderzocht of de middelen veilig zijn voor bijen. Daarbij is het wettelijk zo geregeld dat niet de Nederlandse samenleving, maar de betrokken bedrijven de kosten van het toelatingsonderzoek dragen. Op de uitkomst van dit onderzoek hebben de bedrijven die een gewasbeschermingsmiddel willen laten toetsen geen invloed en de rapporten worden overhandigd aan het College Toelating Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden (CTGB).Daarnaast voert Wageningen UR onderzoek uit in projecten met overheden en bedrijven. Zorgvuldige protocollen en afspraken zorgen ervoor dat de wetenschappelijke integriteit van het onderzoek is gegarandeerd. Als het gaat om Wageningse bijdragen aan het toelatingsonderzoek voor bestrijdingsmiddelen kan niet genoeg worden benadrukt dat de bedrijven die het onderzoek aanvragen geen invloed hebben op de uitkomst van dat onderzoek.
Simon Vink, woordvoerder Wageningen UR, namens de betrokken onderzoekers
Bijenonderzoeker van Plant Research International Tjeerd Blacquière publiceerde eerder (2009) het artikel: Neonicotinen en bijensterfte, oorzaak en gevolg? http://enews.nieuwskiosk.nl/more.aspx?e=7786&b=60883&u=$uid$
* Wageningen UR (University & Research centre) heeft als missie ‘to explore the potential of nature to improve the quality of life’. Binnen Wageningen UR bundelen negen gespecialiseerde onderzoeksinstituten voor toegepast onderzoek, Wageningen University en hogeschool Van Hall Larenstein hun krachten om belangrijke vragen in het domein van gezonde voeding en leefomgeving op te lossen. Met ongeveer 40 vestigingen (in Nederland, Brazilië en China), ruim 6500 medewerkers en rond de 10.000 studenten behoort Wageningen UR wereldwijd tot de vooraanstaande kennisinstellingen binnen haar domein. De integrale benadering van de vraagstukken en de samenwerking tussen natuurwetenschappelijke, technologische en maatschappijwetenschappelijke disciplines vormen het hart van de Wageningen Aanpak.
(via http://www.wur.nl/NL/onderzoek/ResearchBlog/2011/03/14/statement_pesticiden_bijenhouderij.htm)
| < Vorige | Volgende > |
|---|


