Home

Minder regels voor het toelaten van bestrijdingsmiddelen?

Op de stemmingsagenda van de tweede kamer voor week 6 2011 staat:

  • 32 372 ( Wijziging van de Wet gewasbeschermingsmiddelen op het gebied van het op de markt brengen en het duurzame gebruik van gewasbeschermingsmiddelen)

Deze stemming gaat over een wetswijziging die het eenvoudiger maakt om bestrijdingsmiddelen toe te laten. Dankzij een stevige lobby is de kans groot dat bestrijdingsmiddelen eenvoudiger worden toegelaten. Vooraf bekijken of een middel terug te vinden is in het oppervlaktewater is dan niet meer nodig en als een bestrijdingsmiddel in een ander Europees land is toegelaten, dan geldt die toelating ook in ons land.

Bestrijdingsmiddelen verwaaien en spoelen door regen en beregening van de akkers uit en komen zo in het oppervlaktewater en grondwater terecht. Om te voorkomen dat die uitgespoelde bestrijdingsmiddelen in de natuur terecht komen en schade kunnen veroorzaken, zijn in andere landen 'spuitvrije zones' ingesteld.

In Nederland is dat door de hoeveelheid waterwegen en de manier waarop alle sloten en kanalen en rivieren met elkaar in verbinding staan, niet werkbaar; door spuitvrije zones zou er gewoonweg geen landbouw meer mogelijk zijn in Nederland. In Nederland hanteren we daarom bij toelatingsbesluiten voor landbouwgif een systeem van vooraf-toetsing aan de MTR, het Maximum Toelaatbaar Risiconiveau, een getal dat aangeeft hoeveel van een bestrijdingsmiddel ten hoogste in het oppervlaktewater aanwezig mag zijn om geen schade aan flora en fauna toe te brengen. Die MTR wordt voor elk bestrijdingsmiddel vastgesteld, als dat door Europa nog niet is vastgesteld, dan doet in Nederland het RIVM en soms het Ctgb dat.

De wetswijziging gaat daar verandering in brengen. Er hoeft dan vooraf niet meer gekeken te worden of de toelating van een middel zal leiden tot overschrijding van de MTR. Een overschrijding van de MTR (als de MTR al is vastgesteld!) zal pas achteraf door de waterschappen geconstateerd moeten worden. De waterschappen hebben de leden van de 2e kamer een brief gestuurd waarin zij waarschuwen voor de grote gevolgen die het schrappen van de artikelen zal hebben voor de waterkwaliteit in Nederland:

Onderdeel van de voorgestelde aanpassing is het vervallen van de toetsing van toe te laten gewasbeschermingsmiddelen aan waterkwaliteitsnormen. Daarmee vervalt een belangrijk instrument om het gebruik van deze middelen beperkt te houden, zal de kwaliteit van het water in Nederland verslechteren en zullen de Kaderrichtlijn Water-doelstellingen in gedrang komen. Deze toetsing aan waterkwaliteitsnormen is het alternatief voor brede teelt- en spuitvrije zones, die kunnen rekenen op zeer beperkt draagvlak in de landbouwsector.

Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) vindt het belangrijk dat ze een sterke speler worden op de Europese 'toelatingsmarkt'. Doorloopsnelheid en concurrerende prijzen voor de toelatingstrajecten zijn speerpunten. De Nederlandse eis om de waterkwaliteit te beschermen door vooraftoetsing aan de MTR wordt door het Ctgb als bedreigend ervaren voor hun positie in het Europese speelveld. De Ctgb lobby pleit daarom vurig voor het schrappen van de MTR toetsing.

Handhaving achteraf van de MTR door de waterschappen lijkt op papier eenvoudig: meet de hoeveelheid van een stof en tik degene die voor een overschrijding zorgt op de vingers. De huidige middelen hebben echter als eigenschap erg lang werkzaam te blijven. Hierdoor is niet onomstotelijk vast te stellen wie voor de overschrijding heeft gezorgd; in het westland en in de bollenstreken zorgen alle 'kleine' beetjes voor de overschrijdingen tot 3000(!) keer de MTR. En als niet duidelijk is wie het heeft gedaan, dan kunnen de waterschappen niet handhaven, zie ook antwoord 4 van de Minister op deze kamervragen:

Echter bij overschrijding van de geldende waterkwaliteitsnorm is het nu alleen mogelijk handhavend op te treden indien er een causale relatie tussen de gemeten normoverschrijding en de hieraan gerelateerde agrarische toepassing kan worden aangetoond. In de praktijk is deze causale relatie moeilijk te leggen en kunnen meerdere bronnen en oorzaken de aanwezigheid van gewasbeschermingsmiddelen in oppervlaktewater bepalen. Die bronnen kunnen ook buiten de gewasbescherming liggen.

(zie ook http://cdn.ikregeer.nl/pdf/ah-tk-20092010-124.pdf)

Dus als het aan het Ctgb ligt ontstaat er een situatie waar zelfs nadat het kalf verdronken is de put niet meer gedempt kan worden. Het Ctgb is vergeten dat zij in dienst staat van Nederland, niet in dienst van de bestrijdingsmiddelen fabrikanten.

Meer lezen op

 

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen